Multi-Angle-View
Ik ben niet bepaald een natuurmens.
Het liefst zit ik binnen, op de bank, met een boek in mijn handen (of een kop
thee, of een vriendin, etc.). Ik houd meer van verhalen; verhalen over gemene
spelletjes, uitzichtloze situaties, wonderlijke ontdekkingen… Ik lust er wel
pap van. De natuur is toch meer iets van buiten. Daar ga ik liever niet heen,
want meestal is het er koud en nat en buitengewoon oncomfortabel. Zeker in de
herfst. Geef mij maar een kachel, een extra kussen in de rug, een pak met
koekjes, een voetenbad en geschreven drama.
Bovendien is de natuur, naast oncomfortabel ook een
buitengewoon geweldadige plek vol met enge beesten die het tot hun plicht zien
andere beesten op brute wijze te vermoorden. Toch studeer ik op het moment
naast Internationale Ontwikkelingsstudies (een sociaalwetenschappelijke
opleiding) nu vakken van de opleiding Bos en Natuurbeheer. In één van mijn
meest recente colleges zat ik plotseling schedels van carnivoren en herbivoren
te analyseren. In het college daarvoor gaf ik commentaar op de ontwikkeling van
vogelpopulaties in Peru. Ik voel mij als een uitheemse soort die opeens in een
heel nieuw ecosysteem terecht is gekomen: dat van de natuurwetenschappers. Het
is een milieu waarin ik mij wel thuis voel, al vraag ik mij af hoe ik er
terecht ben gekomen.
Als je er over nadenkt, is dat geen lastige vraag: de helft
van mijn vriendenclub (inclusief mijn vriendin) studeert Biologie. Ik weet nog goed
hoe ik mij half zat te ergeren toen Rebus en Corine het spelletje SPORE (waarin
je een nieuwe diersoort ontwikkelt tot in het stadium van interplanetaire
kolonisatie) van uitgebreide kritiek voorzagen toen ik het aan hen toonde. Ik
begreep maar de helft van wat ze zeiden. Het is alsof twee mensen in een andere
taal aan het kletsen zijn over iets dat jou aangaat. Aan de andere kant wordt
ik weer raar aangekeken als ik probeer iets over marktwerking te zeggen (‘nee
bah, dat gaat toch niet over economie?’).
In de Ontwikkelingsstudies wordt de natuur vooral gezien als
hulpbron. Iets waarvan je, als je er handig gebruik van maakt, eindeloos kunt
profiteren. De nuance die natuurbeheerders hieraan toevoegen is dat de natuur
een systeem is waarin álle soorten eindeloos van elkaar profiteren. De mens
(die gewoon deel uitmaakt van de natuur) is hierin alleen zo ontzettend doorgeslagen
dat andere soorten door zijn verbruik dreigen uit te sterven. Dit probleem moet
van meerdere kanten worden bestudeerd vanuit zowel de natuurwetenschap als de
sociale wetenschap. Hieruit kunnen slimme oplossingen komen.
Het lot van de soorten (inclusief de
mens) gaat mij zeer om het hart. Zeker nu er sprake lijkt te zijn van een soort
‘verharding’ in de samenleving. Natuurbescherming wordt een ‘linkse hobby’
genoemd door voorstanders van het ego. Dat is een domme definitie. Natuurbehoud
is een vorm van zelfbehoud, wij zijn onderdeel
van de natuur en we kunnen niet ontkomen aan de effecten die opdoemen als we
andere soorten verbruiken.
Daarom word ik een beetje moe van al
die mensen die het geen ruk kan schelen, die zich het ene na het andere
privilege aanmeten zonder een greintje verantwoordelijkheidsgevoel. Ook krijg
ik het benauwd van al die pessimisten die zich blindstaren op de ellende en de
complexiteit van de problematiek. ‘We kunnen niets doen, de natuur is allang
geruïneerd.’ Zo klinken de dooddoeners die door deze mensen worden gehanteerd. Dit
is een goedkope, luie houding die mensen zich door emotie en onwetendheid eigen
maken. Normaal ben ik niet zo extreem in mijn taalgebruik, maar nogmaals, deze
zaak gaat mij zeer om het hart.
Het stelt mij erg droevig dat mensen
in een waanzin van onterecht zelfmedelijden en plat sarcasme weigeren hun ogen
te openen voor wat er op het spel staat. Zien mensen dan niet dat wat er in de
rest van de natuur gebeurt een veel rijker en wonderbaarlijker scala biedt voor
diegenen die een gebrek hebben aan emotionele bevrediging? De natuur staat bol
van de avonturen, conflicten en drama’s en als we het afbreken hebben we alleen
nog maar ons zelf: ‘de meest intelligente soort op aarde’.
Ik kan met een gerust hart zeggen
dat dit verhaal: het verhaal van de
mens, de soort die de beschikking kreeg over de magie van de inleving, de
creativiteit, de handvaardigheid en de taal. Het verhaal over hoe deze mens
onmiddellijk de dominante soort werd, de leeuw verstootte van de troon en zelf
met de scepter ging zwaaien. Het verhaal over hoe de mens opeens op de rand stond
en moest kiezen: ten ondergaan aan het eind van zijn dictatuur, of andere
soorten een democratisch recht in handen te geven. Dit verhaal vind ik het
meest interessant van alle verhalen. Dit is een verhaal waar we midden instaan
en dat ik van een multi-angle-view wil volgen. Ik wil de taal leren waarin het
beschreven wordt. Ik wil weten hoe het eindigt.
Er is maar één ding dat we kunnen
doen: verder lezen.















Laatste reacties